ROB WURMS IN MEMORIAM
By Ronny Naftaniel
Barely two weeks ago, had I called Rob. He picked up the phone to inform me that he was in a coronary care unit. A day later he told me, “Ronny, I’m fine now. You don’t need to worry.”
But I did worry. Last autumn, after the annual general meeting of the Dutch Jewish Humanitarian Fund, of which Rob was an executive member, we walked back together from a nearby restaurant. He had to stop three times to catch his breath. Yet he told me not to worry. Whenever Muriel Leeuwin, the director of our Fund, or I asked him about his health, we got a story about some new medical advice he got. “It’s now getting better,” he would add.
That was typical of Rob: caring for and loving others and being involved with the world, a gentle warrior for the Jewish people, but who was slowly burning up from inside. He had given so much to his family, to his friends and to our community. He couldn’t say no. Now, much too soon, this good man, my friend Rob, has been taken from us.
Together we had climbed seemingly insurmountable mountains. In 2000 Rob was chairman of the Central Jewish Board when I was the negotiator with the banks and the stock exchange about Jewish World War II assets. In our endeavor to conclude the matter successfully, he gave me the space and the confidence I needed to deal with the press and with a critical Jewish community.
Early in 2000, at the suggestion of Mr. Avraham Roet, Rob and I travelled to Jerusalem to talk to the World Jewish Congress, for there had been disagreements between the Central Jewish Board and the World Jewish Congress as to who was responsible for negotiating restitution in the Netherlands. The successful trip to Jerusalem laid the foundations for the settlement with the banks and the stock exchange that resulted in the recovery of the enormous amount of 314 million guilders.
In addition to the moral satisfaction, the outcome of the agreements with the banks, the insurance companies and the government brought in 800 million guilders. Now came the question: How should the money be divided? Those with the gloomiest views among us predicted that the matter would not be resolved without a crisis. Should the money be distributed to private individuals or to institutions promoting Jewish continuity? How much should go to Israel and who will allocate the funds?
We were fortunate in that, in addition to an understanding Minister of Finance, Gerrit Zalm, we also had the charismatic psychologist in the Central Jewish Board: Rob Wurms. As a war orphan only too familiar with the devastation, as an involved and proud Jew, supported by a warm family, he knew what it was all about. And he knew how to navigate. The distribution process was a success and Rob played a key role in it. For him it was never about money and not about self-interest, for he was a modest and upright man. He wanted to make a contribution to justice and make more bearable the nightmare of the war that many survivors were still facing.
With that in mind, the Dutch Jewish Humanitarian Fund was founded in 2002. It distributes annually about one million euros to Jewish projects in Central and Eastern Europe. Rob was its treasurer, Gidi Peiper from Israel its secretary, Muriel Leeuwin its director and I became the chairman.
The aim of the Fund is to promote Jewish continuity in Central and Eastern Europe where the communities became double victims, first by the hands of the Nazis and then by the Communists.
We would come together every summer for four days, later also to be joined by our colleague Suzanne Georgi, to consider approximately 140 projects. In the course of our meetings we got to know each other very well laughing, talking, eating and philosophizing.
Rob was always speaking with love and pride of his grandchildren and his lovely wife Shifra. And we always wanted him to play every piano in sight, because it was so great to listen to him playing.
Rob was always wise and gentle. His great strength was his ability to connect, his sociability, his great knowledge and his Jewish neshome. He always wanted to help Jews to make progress in building communities and provide for their future.
This summer we will again evaluate some 140 projects. But our small team will never be the same. We will miss our comrade, his wise and amiable smile and his great charisma. That encouraging soft-spoken word that was Rob’s will never be heard again and thus leave our hearts empty.
But, dear Rob, we will continue to build along the lines of your thoughts. Our commitment to the Jewish communities in Central and Eastern Europe will be even stronger.
Rob, we will continue to do your work so that you won’t be forgotten in Central and Eastern Europe. You will continue to inspire us.
Thank you for everything that you have meant for the Jewish people and for us personally.
Nauwelijks twee weken geleden belde ik Rob op. Hij nam op terwijl hij aan de hartbewaking lag. Nee, het kwam nu even niet zo goed uit, zei hij. Een dag later sprak hij mijn voicemail in: “Ronny, het gaat goed hoor. Nee je hoeft je geen zorgen te maken.”
Ongerust maakte ik me toch. Vorig najaar, tijdens de jaarlijkse grote vergadering van het Joods Humanitair Fonds, waarvan Rob DB lid was, liepen we samen terug uit het restaurant. Hij moest driemaal stilstaan om op adem te komen. Maar ik mocht me geen zorgen maken. Als Muriel Leeuwin, directeur van het Fonds, of ik, hem vroegen hoe het met zijn gezondheid ging, kwam er meestal een verhaal over een of ander onderzoek. Maar zo was dan zijn conclusie, het gaat nu toch wel weer beter…
Typisch Rob. Zorgzaam en lief voor de ander, betrokken met de wereld, een zachtmoedig strijder voor het Joodse volk, terwijl hij langzaam van binnen aan het opbranden was. Hij heeft zijn familie, zijn vrienden en onze gemeenschap zoveel gegeven. Hij zei nooit nee. Veel te vroeg is deze rechtvaardige man, mijn vriend Rob, van ons weggenomen.
We hebben ogenschijnlijk onneembare bergen beklommen, samen. Hij was in 2000 voorzitter van het CJO. Ik onderhandelaar met de banken en beurs over de in de oorlog gestolen Joodse bezittingen. Hij gaf me de ruimte en het vertrouwen die nodig zijn om met een hijgende pers en een altijd kritische Joodse gemeenschap in je nek, de kwestie tot een goed einde te brengen. Op aandringen van onze collega Avraham Roet besloten we begin 2000 met zijn tweeën naar Jeruzalem te reizen om daar de vrede met het Joodse Wereld Congres te tekenen. De periode daarvoor had zich gekenmerkt door fikse ruzies over de vraag wie nu verantwoordelijk is voor de onderhandelingen over de restitutie in Nederland. Het Centraal Joods Overleg of het Wereldjodendom, verenigd in het te schreeuwerige Joods Wereld Congres. Die succesvolle reis naar Jeruzalem, legde de basis voor de schikking met Beurs en Banken, voor het enorme bedrag van 314 miljoen gulden.
Na de overeenkomsten met banken, beurs, regering en verzekeraars, die naast de noodzakelijke morele genoegdoening, ook een restitutiebedrag van bijna 800 miljoen gulden opleverden, moest het geld verdeeld worden. De meest somberen onder ons voorspelden dat het nu echt hommeles zou worden. Moet het naar privé personen, naar instellingen voor de Joodse continuïteit, hoeveel naar Israel en wie gaat dat allemaal verdelen? We hadden geluk. Naast een begripvolle minister van Financiën, Gerrit Zalm, stond een charismatische psycholoog, Rob Wurms bij het CJO aan het roer. Als oorlogswees, bekend met alle beschadigingen uit die tijd en als betrokken, trotse Jood, gesteund door een warme familie, wist hij waarover hij sprak. Hij wist hoe hij moest manoeuvreren. De somberaars kregen ongelijk. Het verdeeltraject slaagde en Rob had daar een levensgroot aandeel in. Bij hem ging het nooit om geld. Niet om eigenbelang. Daarvoor was Rob te bescheiden en te integer. Hij wilde helpen recht te doen. Hij wilde de schaduw van de oorlog, die bij velen nog aanwezig was, een beetje doen vervagen.
Vanuit dat perspectief werd in 2002 het Joods Humanitair Fonds opgericht. Het Fonds verdeelt jaarlijks een bedrag van zo’n miljoen Euro aan Joodse doelen in Oost-Europa. Rob werd penningmeester, Gidi Peiper uit Israel secretaris, Muriel Leeuwin directeur en ik werd voorzitter. Doel is het bevorderen van de continuïteit van het Joodse leven in Oost-Europa, dat zo zwaar getroffen was. Eerst door de nazi’s, daarna door de communisten.
Elke zomer kwamen wij vieren, later aangevuld met Suzanne Georgi, vier dagen bij elkaar om zo’n 140 projecten te beoordelen. Dan leer je elkaar heel goed kennen. Je lacht, praat, eet en filosofeert met elkaar. Rob kon altijd zo met liefde en trots vertellen over zijn kleinkinderen en zijn steun en toeverlaat, zijn Shiefje. En wij wilden bij elke piano die we zagen, dat hij erop zou spelen. Het was heerlijk om naar hem te luisteren.
In de vele gesprekken, die we voerden, was Rob altijd wijs en mild. Zijn grote kracht was zijn bindend vermogen, zijn gezelligheid, zijn grote Joodse kennis en zijn Nesjomme. Altijd wilde hij Joden vooruit helpen. Gemeenschappen bouwen en hen een toekomst bieden.
Deze zomer zullen we opnieuw 140 projecten gaan beoordelen. Maar ons ploegje zal nooit meer de oude zijn. Wij zullen onze kameraad, met zijn wijze, beminnelijke glimlach en zijn grote charisma missen. Dat ene bemoedigende woord, dat Rob zo vaak wist te spreken, dat komt nooit meer terug. Het zal leeg zijn in onze harten. Maar in jouw geest zullen we doorgaan met bouwen. Onze inzet voor de Joodse gemeenschappen in Oost-Europa zal nog sterker zijn. Rob, we zullen je werk doorzetten en er voor zorgen dat ze je in Oost-Europa ook nooit zullen vergeten. Tot in lengte van jaren zal je ons blijven inspireren. Dank voor alles wat je voor het Joodse volk en voor ons persoonlijk hebt betekend.
24 maart 2011
Wij zijn geschokt en bedroefd door het plotselinge
overlijden van onze penningmeester en vriend
Rob heeft vanaf de oprichting zijn beste krachten
aan ons fonds gegeven, hij was zeer betrokken
bij de Joodse gemeenschappen in Midden- en
Oost Europa. Rob zal ons blijven inspireren.
We zullen zijn warme persoonlijkheid missen.
Het bestuur en de staf van het
Joods Humanitair Fonds